tba99

Hazerswoude aan het einde van de achttiende eeuw volgens Van Ollefen en Brouwer

Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.

Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.

De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver  werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen. 

Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236. 

Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.

In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.

 

DE HOOGE HEERLIJKHEID VAN HAZERSWOUDE 

LIGGING 

Deezer Hooge-Heerlykheid vind men als volgd: Naamlyk in den Heemraadschappe van Rhynland: verdeelt zynde in verscheiden zeer aanzienelyke Podlers: ten Noorden vind men het paalende aan den Rhyn welk water de scheiding te zamen met Koudekerk uitmaakt, ten Oosten ligt het aan Rietveld, gaande langs van den Rhyn af tot aan Laag Boskoop een Polder aan Boskoop behoorende, zynde aldaar door de Copierenkade gescheiden; dan weder ten Noorden aan Laag Boskoop daarvan gescheiden zynde door de Laage Boskoopscheweg, ten Oosten ligt hetzelve aan het gemelde Laag Boskoop, de scheiding hier werd gemaakt aan de Noordendscheweg, ten Zuiden paalt het aan de Polder Snydelwyk , aan Noord Waddinxveen, 't Hoogeveen en een klein gedeelten aan Benthuyzen, daar de Hoogeveensche Buurt gevonden werd, wordende hier ter plaatze door de Snydekwyjschekade en de Landscheiding gescheiden, ten Westen gaat hetzelve tot aan Benthuyzen, Zoeterwoude en zo tot aan den Rhyn toe, worden hier gescheiden door de Wilck, de Oude Wilck, en de Weypoortschevliet.

Het Kerkdorp ligt aan het Veer over Koudekerk, alwaar men een Schouw vind, dienende om met Rytuigen, Paarden en Menschen over den Rhyn gezet te worden, welke Schouw door de Heeren of Vrouwen van Koudekerk en Hazerswoude te zamen in gereedheid gehouden werd, die dezelve dan ook altoos begeeven of verpagten, zo als ook te Koudekerk nog een Schouw gevonden werd, welke de Jaagpaarden van de Koudekerschegrond over den Rhyn op de Hazerswoudschngrond brent, en zulks vermits het Jaagpad voor zo verre Koudekerk zig uitstrekt over de Hazerswoudschegrond gaat, welke almeede door dezelve Heeren of Vrouwe werd onderhouden, tot lenge zynde van 1134 Roeden, zynde maar ruim 3/4 uur gaans, van de Kerk tot aan het eerstgemelde Veer, verder ligt het Kerkdorp  van Waddinxveen af 1988 Roeden en omtrent halfwegen tusssche Leyden en Gouda, van elke Plaats omtrent 2 uuren gaans, of een lengte van 2828 Roeden. De Gronden bestaan gedeeltelyk uit allerbeste Kleyaardens, waarom men hier ook goede vette Wey- en Teellanden heeft, en verder uit Veengronden, redenen waarom hier almeede vroeg geveent is, en een groote party Land ontgrond geworden is; alle de Weegen zyn uitmundend gemakkelyk en daarby zeer aangenaam, van Wateren is het Ambacht meede zeer wel voorzien en doorsneeden, het welke alzo den af- en aanvoer uit den Rhyn enz. zeer veel bevordelyk is, zynde overigens de geheele gelegenheid zeer geschikt. 

NAAMSOORSPRONG 

Van Hazerswoude meent men dat den naam afdaalt, (het geen wy niet durve verwerpen) dat alhier voorheen geweest zou zyn een zwaar en groot Bosch van Hazelnooten Boomen van welke in de Veenderyen de overblyfzelen meenigmaalen gevonden zyn geworden; dat hier nu voorheen een Bosch geweest is, duiden de gronden, vooral die streeken waar de Veen gevonden werd genoeg aan, zo nu hier een zodanig Bosch van Hazelnooten Boomen heeft geweest, dat zal zeker eigentlyk den naam Hazelwoude of Hazelbosch moeten zyn, den tyd en letterspelling kan dus zeer ligt den naam van Hazel in Hazerswoude verandert hebben, gelyk veelal met andere gebeurt is, en alzo meenen wy dus ook dat den Naam de Ambachts van den Hazelnoote-Boomen Bosch afdaalende is.

Het was voorheen meede bekent onder den Naam van Aduardswoude; denkelyk dat men met dien naam wil aantoonen dat dit Ambacht weleer den Naam van eenen Aduart, welke Bezitter het zy van het Bosch of het zy daarna van het Ambacht was gedraagen heeft, zo als wy weeten dat niet veere van hier een Jacobswoude na den Heer Jacob die den toenaam van Woude voerde geleegen is.

Daar den Naam Aduardswoude thans by veele geheel onbekent is en het Ambacht nu alleen bekent staat onder de benaaming van Hazerswoude, zo zullen wy dezelve volgen; het werd by de Bewooners van het platte Land meest altoos by verbastering of verkorting Hazersouw genaamt. 

STICHTING EN GROOTTE 

Wat het eerste betreft de legging aan den Rhyn, Koudekerk en Alphen, geeft ons aanleiding om te gelooven dat dit Ambacht zo oud is als een dier Ambachten bovengenoemd.

Aan de Alphenaren, eerst geweest zynde Romeinen, en nu Zwitzers hebben wy de Stichting van Alphen toegekent, aan de oude Kauchen de Stichting van Koudekerk, voor zo verre als de Gronden door haar bewoonbaar zyn gemaakt, en tot Volkplantingen zyn aangelegd; rondsomme deze allen zien wy de Spooren van Romeinsche Oudheeden en voetstappen deezer Volken, ja geheel Rhynland is daar van getuigen, en daar nu dit Ambacht aan den Rhyn, en wel in de nabuurschap van Alphen en Koudekerk geleegen is, zo hebben wy ook veel grond om te gelooven dan of de Alphenaaren of de Kauchen zyn de Grondleggers van hetzelve geweest, dan wanneer men het tot een Dorp aangelegt heeft, daar van vinden wy geen bewys hoegenaamt, zo min als door wie zulks gedaan is.

De Inleiding voor de Constume van Rhynland, door van Leeuwen geschreeven, stelt eene grootte van 3271 Morgen 150 Roeden lands. Het Geaprobeerde Reglement van dato 10 February 1796 heeft een grootte van 1837 Morgen, 569 Roeden, met 1/3 van 836 Morgen 404 Roeden, zynde zamen 274 Morgen 9½ Roeden; ons oude Manuscript heeft 3483 Morgen 247 Roeden, waarvoor de betaaling aan Verpondingen bedroeg een somma van 9071 Ponden, 13 Schellingen, 5 Deniers;  den Tegenwoordige Stad zegt, dat dit Ambacht voor het grootste van alle Rhynlandsche Heerlykheeden moet gehouden worden, dan dit moeten wy tegenspreeken, dewyl Zoeterwoude een grootte bevat van 3927 Morgen (zie onze inleiding op het 7de Deel) wy vinden dat in den Tegenwoordigen Staat aangeteekent is dan in de quohieren der Verponding, van ouds waren opgeschreeven, 3484 Morgen, 247 Roeden,, elk Morgen op 600 Roeden gereekent, maar dat de waare grootte zyn zou 3271 Morgen, 150 Roeden, de Morgen, een gevouwe Morgen  genaamt, groot zynde 700 Roeden, makende dan een getal uit van 3816 Morgen 250 Roeden, van  600 Roeden de Morgen zynde alzo  kleinders als Zoeterwoude, een getal van 110 Morgen nevens 350 Roeden.

Het Kerkdorp legt tusschen de Voor- en Agterwegh en de Oost- en Westvaart, het getal van Huizen en Gebouwen zo op het Dorp als onder de Ambacht, was in de Jaare 1632, bedraagende een getal van 422 en 100 Jaar daarna in 1732 waren er maar 5 meer naamelyk 427, met 1 Moolen. Alle deze Huizen en Gebouwen, dewelke zedert zyn gebleeven, wierden in den Jaare 1795 en 1798 bewoont door een getal van  2168 Zielen zyndne 239 meer dan te Zoeterwoude, daar het getal 1929 bedroeg, waaruit de aanzienelykheid der bewooning duidelyk blykt.

Het Dorp is in allen opzicht met een fraay bebouwt pronkende met veele en verscheide deftige Wooningen, waaronder er zyn die voor geene der Steden behoeve te wyken, de meeste staan aan een breede en net bestraate Buurt, wordende veelal door gegoede Burgers bewoont, de aanzienelykheid van deeze Buurt werd veel vermeerdert doordien door dezelve geduurige passagie van Rytuigen van Leyden op Gouda  vize verza, hier door gaat de welke alzo veelal aan het Rechthuis plysteren: men kan nagaan hoe deftig van ouds dit dorp was daar men aangeteekent vind, dat alhier Kermistyden zyn geweest, waarop 40 of 50 Koebeesten, behalve de Kalveren en Schaapen geslagt zyn geworden, niemand moet begrypen, dat zo een groot getal van Slagtvee door de bewooners van Hazerswoude zelve wierd gebruikt, neen, de reeden daarvan was dat de Inwooners van Leyden, in de dagen dat die stad door zyne Fabrieken en Trafieken bloeiden, en dat vooral door de Knegten en Arbeiders zo op deeze als op andere omleggende Dorpen de Kermissen met een bezoek wierd vereerd, en daarby alsdan braaf geld vereerd wierd, men verteld zelfs daaromtrent dat de Meesters menigmaalen in de grootste verlegenheid zaten, dat haar werk niet kon gedaan worden, zo dat zy zelfs hunnen Knegts op de Dorpen en overal in de Herbergen moesten opzoeken, om dezelve aan het werk te krygen, waarby nog kwam dat zy menigmaalen hunne verteeringen moesten betaalen; waarlyk mag men zeggen, geen geringe verandering, met den tyd, die wy thans beleeven, te dier tyd zogten de Meesters na Knegten en nu zoeken de Knegten na Meesters, toen hadden de Knegten inkomen als Meesters en thans gaan integendeel veele derzelve bedelen. Dan niettegenstaande alle deeze verminderingen van Kermis-winsten, als anderzints, zo mag men evenwel het Dorp in alles aanzienlyk noemen. Zeiden wy nu dat het Dorp net in Gebouwen was, niet minder zyn door het geheele Ambacht  de Huizen en Wooningen door hetzelve verspreid staande, alle zyn de beschouwinge overwaardig, in een woord Hazerswoude is vermaart, in grootte, getal van Huizen en Gebouwen, die uitmuntend net door een schoon getal Ingezetenen bewoond zyn, het Dorp had voorheen twee vermaarde Kamers van Recthoria, waarvan de eene een Wapen had, Hazelieren en ten spreuke aanziet Gods tragt, zynde de oudste der beiden Kamers, die meede by de grootte intrede tot Haarlem in den Jaare 1607, by gelegenheid van de Trekking der Lotterye, waarvoor in den Jaare 1608 het Oude Mannenhuis opgebouwt is, prezent geweest. De andere of de jonge Kamer had ten Wapen een Meybloem en ten spreuke Met Liefde volbragt. 

Het WAPEN 

Is een zilver schild, waarop een zwarte Balck, gaande schuins van de regter na de linkerhoek van boven en op dezelfve weder drie gouden Sterren, met zes punten zyn afgebeeld. 

KERKEN EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN 

De Kerk van Hazerswoude was van ouds een Parochie Kerk, toegeweid aan den Aarts Engel Michaël, naamen van oude Pastooren worden niet gemeld, de Pastorye wierd begeeven door den Commandeur van de St. Jans Heeren te Haarlem, gelyk meede de Pastorye van Zoeterwoude gedaan werd, waaromtrent wy het niet ondiestig geoordeeld hebben de hiertoe gemaakte Giftbrief, meeden hier te laaten volgen, zy is van den navolgende inhoud:

"Willem Graaf van Heenegouwe van Holland, van Zeeland enz, en Broeder Gerrit van Hamersteyn, Kommandeur van 't Convent, en 't Huis van St. Catharina te Utrecht, wenschen allen den geene die den tegenwoordigen brief zien zullen de zaligheid en de kennis van de verhandelde zaken.

Het zy aan een ieder kennelyk dat wy Graaf Willem voornoemd, ter vermeerderinge van de Goddelyke dienst, en om de geneegenheid die wy den Eerwaarde Vader en Heer Jacob, voorheen Bisschop van Zuda en Kommandeur van 't voorschreeven Huis, en deszelfs Huis toegedragen hebben, het regt van Patroonschap tot de Kerken van Hazerswoude en Zoeterwoude, aan den Bisschop voornoemt, en aan deszelfs Convent gegeeven, en hun met andere regten toegestaan hebben, zo breeder uitgedrukt staat, en dat daaromme den gemelde Gerrit van Hamersteyn, Kommandeur van 't Huis en het Convent voorschreeve tot een soort van vergeldinge, aan ons ende aan onze Erfgenaamen, en Nazaaten, de volgende Graven van Holland, mitsgaders aan hunne Huisvrouwen, en aan hunne oudste Kinderen, 't zy Zoon of Dogter, na rype beraadslaging gegeeven, en verleent hebben en door den inhoud deezes geeven en verleenen huisvestinge in de Huizen van de voornoemde Ridders, zoo te Utrecht als te Oude Water, te Haarlem te Middelburg en verder in alle de Huizen die zy tegenwoordig hebben of namaals zullen bezitten, in onze Graafschappe van Holland of Zeeland enz." zynde deeze Brief gegeeven tusschen den Jaare 1305 en 1338, waarmede dus de oudheid van deeze geweezene Kerk genoeg beweezen kan worden.

De tegenwoordige Kerk is een allezints schoon en aanzienelyk Gebouw, zynde ruim en luchtig van een aanzienelyke hoogte opgebouwdt, binnen zeer geregelt, met een Predikstoel, Doophek, meerdere en mindere Zitplaatsen en Gestoeltens, Choor, Kerkenraadskamer en alle verdere vereischtens voorzien; den Tooren is een schoon Gebouw, staande voor de Kerk van onderen af vierkant opgaande tot boven de Klokkezolder, alwaar men een trans of omloop vind, hier in zyne zwaarte verminderende, gaat dezelve weder vierkant op, een weinig hooger nogmaals een trans of omloop vindende, ontmoet men eindelyk boven aan een open Coepel, en op dezelve de Windwyzer, hebbende deeze Tooren voorts Uurwyzers van buiten, en een goed uurwerk en twee Klokke van binnen, het Kerkhof is almeede in een goede en nette aangeleege ordre, zo als men ook de Wooningen van een Predikant en Schoolmeester aantreft, aan welke beide schoone Kaamers en Vertrekken Thuinen enz. annex zyn.

Binnen het Dorp vind men ook nog een schoone Kerk den Remonstranten, die meede van alle de nodige vereischtens voorzien is, waarby de Wooning van den Predicant is aangebouwd.

Zo werd hier meede ook een Kerk gevonden, ten dienste van de Waterlandsche Doopsgezinde Gemeente, aan welke almeede de Wooning van den Predicant annex is, zynde deeze de eenigste van alle de Kerken van geheel Rhynland aan deeze Gemeenten behoorende.

De Roomschgezinde hebben hier, een extra schoon Kerkgebouw, aan den Rhyndyk, na de zyde van Alphen staande, deeze is zeer ryk gestoffeert met schoone Beelden aan iedere zyde van den Altaar; voorts een zeer nette en welwerkte Communiebank, aan iedere zyde met het knielende Beeld eens Engels; de Predikstoel is meede superbe gebeeldhouwd; wyders vind men in dezelve een nette Doopvonte, en voorts de benoodigde Gestoeltens en Zitplaatzen, de Wooning van den Pastoor is meede aan deeze Kerk aangebouwt, welke Wooning byzonder aangenaam is door de schoone uitzigten: om alle deeze redenen mag men deeze Pastorye voor een der beste houden die in onze omtrek gevonden wordt.

Na de kant van Zoeterwoude vind men meede nog een Roomsche Kerk, den dezelve bevat minder ruimte, dog is evenwel meede van alle noodige Kerkcieraaden, Altaar en Altaargereedschappen voorzien. Deze beide Kerken werden door een en dezelve Pastoor bediend.

Het Kerkelyke Departement der Roomgschgezinde strekt zig weer verre uit: die van Koudekerk hooren Kerkelyk tot de Kerk aan den Hoogen Rhyndyk staande, zo behooren meede die van Leyderdorp alhier Kerkelyk, gaande dezelve in de kleine Kerk na de zyde van Zoeterwoude staande, den Pastoor van hier gaat alle drie weeken te Leyderdorp, aan de zogenaamde Groene Poort, een Dienstbeurt waarnemen.

Zo komen meede veel der bewooners van Zoeterwoude en uit de  Weypoort, na deeze kleine Kerk, als voor haar zeer geleegen zynde, hoewel deeze anders Kerkelyk te Zoeterwoude behooren. 

WAERELDLIJKE GEBOUWEN 

Zyn hier geene hoegenaamt ten waare men daarvoor de Buitenplaatsen wilden neemen, dewyl hier almeede het Rechthuis niet meer dan een ordinaire Herberg is. 

KERKELIJKE REGEERING 

De Gereformeerde Gemeente staat onder de bestuuring van den Predicant met 4 Ouderlingen en 4 Diaconen, welke bestuurders Jaarlyks met de helft verwisselen, den Predicant behoort onder de Classis van Leyden en Neder Rhynland, hiertoe werd in in den Jaare 1770 beroepen den Eerwaarde Abraham Jacobus Vatebender. 

De Remonstranten en Doopsgezinden hebben ieder haar eigen Predicant, zo ook hunne benodigde Ouderlingen en Diaconen.

De Roomsche Gemeente werd bestuurt door den Heer Pastoor en den Onderpastoor of Cappelaan, met Arm en Kerkmeesters, zynde zedert den Jaare 1783 Priester en Pastoor den Eerwaarde Franciscus Fale, behoorende onder het Aartspriesterschap van Holland, wordende alle de opgenoemde Kerkgebouwen, en het geene een dezelve behoort ieder afzonderlyk door repectieve daartoe aangestelde Kerkmeesteren onderhouden. 

WAERELDLIJKE REGEERING 

De Hooge Heerlykheid van Hazerswoude is zedert lange Jaaren eene bezitting geweest van den geslagte van Wassenaar van Warmond, overgegaan op Francois Paulus Emilius, Graave van Outremont, als in huwelyk hebbende Maria Isabella van Beyeren van Schagen, Gravinne van Warsuse, welke deze in den Jaare 1730 verkogt hebbende voor een somma van een honderd en elf duizend guldens aan Vrouwe Douariere van den Heer Jacob van Wassenaar, van wien het weder gekomen is aan haar oudste Zoon den Heer Jacob Arend Baron van Wassenaar tot Duyvenvoorden, daarna en wel in den Jaare 1782, kwam het aan den Heer W.A. Lestevenon van Berkenrooden, enz. enz. enz., aan wiens Erfgenaamen het zelve nu nog behoorenden is.

Het Hooge of Crimineele Rechtsbestuur staat aan den Balluw met 7 Welgeboore Mannen en een Secretaris.

Met het Water en Heemrecht behoort Hazerswoude onder den Heemraadschappe van Rhynland, daar by beschreeven zynde, in het 3de quartier op de Hoofplaats Zoetermeer.

De Municipaliteit bestaat uit een Collegie van 7 Leeden, verder heeft men een Schout Cieviel met 7 Schepenen, 3 Ambachtsbewaarders, 3 Brandmeesteren, 2 Heilige Geest Armmeesters, 2 Weesmeesters, een Secretaris, Boode en verdere ondergeschikte Bediendens.

Voor de Leenkamer (wyl aan Hazerswoude verscheide Agterleenen zyn) heeft men een Stadhouder, 5 Leenmannen, een Registermeester en Griffier aangesteld. 

VOORRECHTEN EN VERPLICHTINGEN 

Moeten wy het volgende aantekenen: Ao. 1356 gaf Hertog Willem van Beyeren, Grave van Holland aan Hazerswoude en andere vryheid om te moogen uitwateren door Waddinxveen in den Yssel.

Ao. 1284 gaf Grave Floris de 5 van Holland een Handvest, waarby alle de geene welke eenige Landen zoo binnen als buiten Hazerswoude woonende, Schat en Beedegelden, Acker en Ackersgelyken zoude betaalen; hier omtrent daarna ongenoegen ontstaan zynde, zoo deed Hertog Albregt van Beyeren, Grave van Holland daarover in Ao. 1367 eene nadere uitspraak en wel dat alle Poorters van Leyden, met de Bewooners van Hazerswoude, voor haare Landen geluke Lasten zouoden dragen, ten waare zy bewyzen konden dat dezelve voor Paaschen van dat Jaar, vry van Schat en Beedegelden waren geweest.

In Ao. 1384 leest men in een Handvest, waarby werd bepaald dat alle Jaaren na dat de Ingelanden by Kerkgebooden opgeroepen waren, de Schatgaarders met meerderheid van Stemmen zullen moeten worden gekoozen, dat niemand die alzo gekoozen was de aanneeming daar van mag weigeren dat zy alle Jaare na afkondiging in de Kerk, de Rekening openbaar in de Kerk moeten doen, en aan den Gerechte der stad Leyden, daar van kennis geeven, ten einde door dezelve een Commissie gezonden werde, om ten behoeve van de Leidsche Poorters de Rekening aan te hooren, welk Handvest zo wel als alle de Voorgaande, door Karel de V in den Jaare 1515 en door Philips de II in den Jaare 1567 zyn geconfirmeert en bekrachtigt, zo als daar na by den Hove van Holland in den Jaare 1640 dezelve op nieuw zyn geconfirmeerd by intentie van dato 31 July van hetzelve Jaar.

Ao. 1587 werd tusschen den Heer van Hazerswoude en de Ingezeetenen bepaald dat het Schouts Ampt aan den Heer ter begeeving, en ten zynen profyten zal koomen, dat voor het Recht van Zegele aan den Heer zal worden betaald van alle Eigendommen, Schuld of Rentebrieven, geene uitgezondert, van 400 Gulden en daar beneden voor ieder Zegel 6 Stuivers,van 400 tot 800 Gulden 12 Stuivers, 800 Gulden en daar boven 24 Stuivers.

Voorts voor het Zegelen van een Tolbrief niet meer dan eene Stuivers voor Certificaaten of Procoratien 2 Stuivers. Dat den Balluw zoude genieten, alle Boetens beneden de 42 Stuivers, gelyk het Recht van de Schouwingen en van de Zegels beneden de 3 Stuivers. Dat de Oostkaade ten profijte van den Heer zal werden verpagt. Dat van alle Erfpagte-Landen by verkoop, den 50ste Penning zal worden betaalt. En eindelyk van alle openbaare Verkoopingen van Landen, Huizen en Erve, den 80ste Penning voor afstand van het Recht van Naasting.

Den 2 April 1590 hebben de Burgemeesteren der Stad Rotterdam, met den Heer van Hazerswoude, gecontracteerd om een doorvaart door de Landscheiding tot in den Rhyn te maaken, waarvoor de Stad Rotterdam aan den genoemde Heer, in een maand zou uitbetaalen, een somma van 1000 Gulden, en daarboven een onlosbaare Jaarrente van 36 Gulden, den wanneer mogt gebeuren, dat die van Benthuyzen daarop eenig recht hadden, zo zoude dit ackoort voor nul en geener waarde werden gehouden. Hoewel nu deeze Vaart nooit gemaakte geworden is, zo werd door de Stad Rotterdam thans echter nog de Jaarrente betaalt, met korting van 13 Guldens, zo dat alleen 23 Gulden betaald werden.

Ao. 1653 den 2 July hebben Dykgraaf en Hoogheemraaden van Rhynland gekeurt, dat niemand der Ingelanden van Rietveldsche Polder van Hazerswoude, op de Schinkel of Waterkeering zal mogen brengen, eenige Vuylnis, Aarde, Zand of diergelyken, en aldaar langer dan 14 dagen optehouden, op verbeurte van dezelfve Spetie, ten behoeven van den Ambachte.

In 1660 den 30 Juny hebben Dykgraaf en Heemraaden voornoemd, mede gekeurt, een bepaaling omtrent het veenen aan de Westzyde van Hazerswoude ten einde het wegspoelen van de Heeren of Ryweg voor te komen, zodat niemand ten Oosten of ten Westen der genoemde Westzyde nader als 3 Roeden van de weg af Baggeren of Flodderen mag, op een boeten van 20 Guldens.

Uit dit bovenstaande kan  genoeg gezien werden dat dit Ambacht met schoone Keuren en Handvesten voorzien is.

Dan, daar veele derzelve door verwaarloozing waren weg geraakt, en er omtrent den Jaare 1700 het Gaarboek van de Schaatbaare en onvrye Landen niet meer te vinden was, zo is daaop door den Ambachtsheer, Schout, Ambachtsbewaarders en gemeene Ingelanden met Consent en toestemmingen van Dykgraaf en Hoog Heemraaden van Rhynland, geaccordeert en overeengekomen dat alle Landen zonder onderscheid zo wel die welke voorheen vry waaren geweest, als die schotbaare in Hazerswoude geleegen Morgens, alle gelyk in de lasten draagen zouden.

Aan den Heer behoorde van ouds het bezit der Hooge Heerlykheid in het Recht van Hooft-Ingeland van Rhynlande. Aan dezelve stond de Ab- of  Improbatie van den Predicant, niet alleen maar mede van die der Kerkenraaden, welke ook verpligt waren haare Reekeningen aan hem of zyne Gemagtigden te doen.

Zo had denzelven dan ook meede de aanstellinge van alle ze Crimineele als Civiele Schouten en Rechteren, Secretarissen, Boodens en alle verder Amptenaaren en Officianten gelyk meede het bezit van Leenen en Agterleenen, Tienden , Morgen, en Roetaale Gelden, Visscheryen, Zwaanendrift enz., van alle welke Voorrechten denzelve nog bezitten is, zo verre daaromtrent geen afschaffing, heeft plaats gehad.

Aan de Inwooners is weleer verleent vrydom van alle Graavelyke en Wassenaarsche Tollen, door geheel Holland, Zeeland en Westfriesland.

Zy hadden meede ook vrydom om op den Visch-afslag, te Leyden Visch te mogen afmynen en andere Voorrechten meer. 

DE BEEZIGHEEDEN 

Zyn hier veel, behalven de Veenderyen, zo werd den Bouwhandel hier sterk en met yver voortgezet, den aankweek van Elze Boomen en Heggens geeft aan eenige lieden gelegenheid om hun bestaan te winnen, terwyl andere met de Vischerye haar voordeel betragten, het maken van Gaazen, als meede van Kaasdoeken geeft aan verscheiden handen werk, men vind hier Scheep- en Huis-Timmerlieden en allerhande andere handwerkslieden, tot het daaglyksche leeven onontbeerlyk; Winkels met allerhande waaren, en voorts al het geen men benoodigd is, daar aan kan men gehopen werden, zynde het Ambacht ten opzichten der Beezigheeden alzoo zeer welvaarende. 

GESCHIEDENISSEN 

Aangaande dit artikel, daar van valt niet veel te zeggen, dan alleen dat, toen in den Jaare 1549 klagte door veele der Ingelanden en door eenige Dorpen en Ambachten gedaan wierden over de ongelykheid der Rhynlandsche Lasten verzoorzaakt door een nieuwe meeting van Landen te dien tyd gedaan, zo werd daarop een Commissie benoemd van de navolgende Commissarissen, als Jan Frankensz., van Alkewoude, Floris Heere van Wyngaarden, Arent van Duyvenvoorde, en Willem van Lockhorst, Heemraaden zynde, by dewelke alle Dorpsgerichten werden gedagvaart tegens den 23 January van dat Jaar, op poene dat de geene welke niet compareerden, verpligt zouden zyn om de Lasten na de nieuwe meeting te draagen, zonder eenig tegenzeggen: dan wy vinden niet dat van deeze Ambachte iemand gecompareerd is. 

Onder de BIJZONDERHEEDEN 

Noemt men hier het schoone en aangenaame Ambacht zelve, de fraaije Kerken, de Schoone Tooren, de aangenaame Weegen, en voorts den geheelen omtrek.

Zo vind men hier meede verscheide aanzienelyke Hofsteeden, en Buitenplaatzen, welke zeer aangenaam en bevallig geleegen zijn. 

REISGELEEGENHEEDEN 

Zyn hier veele, als daar is continueerende passagie met Rydtuig op Gouda, Leyden en andere Plaatzen, verder alle Marktdagen op Leyden, den Haag, Rotterdam en Gouda, en andere Plaatzen en terug, de gewoone Marktschuiten, enz. 

HERBERGEN EN LOGEMENTEN 

Zyn ter deezer Plaatzen verscheiden, en voornaame, zo wel onder den Ambachte als binnen het Dorp geleegen, waaronder het Rechthuis, binnen het Dorp staande vooral in aanmerking komen.

 

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoek direct in:

Selecteer wat u zoekt:

Of zoek in:


Plaats

Dorpsbeschrijvingen

Terug naar

Dorpsbeschrijvingen

Oudshoorn aan het einde van de achttiende eeuwWatertorens Alphen aan den RijnStiltecentrum Oudshoornseweg AlphenVilla Nuova