tba102

Koudekerk aan het einde van de achttiende eeuw volgens Van Ollefen en Brouwer

Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.

Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.

De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver  werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen. 

Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236. 

Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.

In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.

 

DE HOOGE EN VRIJE HEERLIJKHEID VAN KOUDEKERK

Vinden wy beschreven in deszelfs LIGGING 

Als volgt naamlyk in den Heemraadschappe van Rhynland 2061 Roeden van Leyderdorp, 1453 Roeden van Oudshoorn en 1134 Roeden van Hazerswoude. In een alleraangenaamste en voordeelig situatie, zo ten opzichte der Weegen als gronden, welke laatste van een allerbeste Kleyachtige stoffe is zamengesteld. Paalende wyders ten Noorden aan Esselykerwoude, ten Oosten met de Hooge en laage Waard aan Oudshoorn en den Gnephoek; gaande voorts den Rhyn langs hetzelve ten zuiden, alwaar ook de lengte des Dorps omtrent een half uur gaans, met haare Huizinge bebouwd gevonden word, paalende verders ten Westen aan Leyderdorp.

Den Rhyn die zo wy reeds zagen langs het Dorp heenen vlied, brengt  alhier de schoonste gelegenheid aan, om alle soort van Goederen af- en aangevoerd te kunnen krygen.

Behalven deeze werd dit Ambacht ook nog door verscheide andere wateren doorkruist, die even als den Rhyn voor de Inwoonderen een zeer groot gemak aanbrengen, en onder welke die de Laage Watering genoemd, wel als de voornaamste aan te merken is.

De Wegen, Voet en Rypaden, hebben zo ver wy weten geenerhande gebrek, en werden door dien aan dezelve de benodigde kosten niet gespaard worden, in eene goede order onderhouden. De Jaagpaden worden altoos met daartoe gereedleggende Schouwen of  platte Vaartuigen, voor het Dorp de Vaart overgezet, om reden dat zo verre het Dorp strekt, het Jaagpad op Hazerswoudsche grond aan den zuidzyde van den Rhyn ligt, ten welke einde er dan ook aan het Oost en West einde des Dorps een zodanige Schouw gevonden werd, die door den Heere of Vrouwe van Koudekerk en Hazerswoude expresselyk tot dien Overvoer werden onderhouden.

Voor dat de weg tusschen de Steden Rotterdam en Gouda was bestraat, wierd genoegzaam alle de daaglyksche Passagie van Rotterdam en andere Plaatsen naar Amstgerdam en terug door dit Dorp genoomen: 't zedert dien tyd is dezelve aanneemlyk vermindert, dog evenwel niet geheel opogehouden, en dur nog vry aanzienlyk, moetende thans nog alle de Rytuigen, en Paarden, mede met een Pont of Schouw by dit Dorp over den Rhyn gebragt worden: welke Pont even als de andere, door den Heer of Vrouwe van deze Plaats en die van Hazerswoude daartoe in gereedheid gehouden wordt.

Behalve den Rhynweg vindt men hier nog verscheide andere zeer goede wegen onder welke als de voornaamste kan beschouwen werden, den zogenaamde Laage Waardsche Achterweg.

Deze moet men zeggen dat zeer duister is, Oudaan in zyne Roomsche Mogenheid Pag. 16 zegt: dat dezelve zoude afdaalen van de Oude Duitsche Volken Cauchen genaamd, hetgeen den bekende Schryver Boxhoorn volgd: dan door een ander Schryver Alting genaamd, verworpen word. Wy zelven egter kunnen dit gevoelen voor het onze zeer wel aanneemen, wyl het bekend is, dat dit genoemde Volk, mede met ander Duische en Roomsche Volken naar deze Landen afgezake is. Plinius heeft voorts bewezen dat de naar deze Landen afgekokmen zynde Volken (onder welke hy deze Cauchen noemd) den Middel Rhyn tot aan de Maas bewoond hebben.

Van Rhyn wil dat den naam van Koudekerk daar van zoude afkomstig zyn, dat de Kerk op een meer dan gewoone koude of windrige plaats zoude zyn gebouwd: dog het geen ons egter als zeer ongegrond en staatende voorkomt, te meer daar het onze bedunkens hier ter plaatze niet kouder dan in allen overige deelen van Rhynland zyn zal: hy wil alleen dit  Volk de naam des Dorps onttrekken, wyl men ook in Zeeland Dorpen van dien Naam ontmoet.

Daar mu alle deze gezegdens op niets meer dan gissingen gegrond zyn, willen wy ook hieromtrent onze gedachten ten neder stellen, en zeggen dan naar onze mening, dat de Cauchen na deze streek Lands in bezit te hebben genomen, hunne naam by Schrift of anderzints by overleevering in gedachten zal zyn gebleeven: dat in de dagen toen men hier te Lande een aanvang maakten met Christen Kerken te bouwe, veele Dorpen en Ambachten den naam van Kerk als een Slotwoord verkreegen, en dus hier het woord Cauchen en Kerk te zamen zal zyn gevoegd, en het Dorp in vroeger tyd dus Cauchekerk zal zyn genoemd geweest, aanduidende dat op de grond welke de Oude Cauchen bewoond hebbende mede een Kerk is gesticht. Zynde voorts deze naam denkelyk door de plaats gehad hebbende Letter veranderingen naderhand in den tegenwoordige naam van Koudekerk getransformeerd geworden. En dit dunkt ons den waaren Naams Oorsprong van dit Dorp te zyn. Dat ter nu nog Dorpten in Zeeland werden gevonden, die dezelgde naam van Koudekerk draagen, dit is algemeen bekend. Van Rhyn zegd dat de naamen van de Heeren van Koudekerken al zeer vroeg en menigmaalen voorkomen: dan wy kunnen er dit nog byvoegen, dat de eerste Persoon, aldus genaamd, ons voorkomt in den Jaare 1264, zynde eenen Wissche van Koudekerken, die op den tyd, te Vlissingen (in Zeeland) woonachtig was, en dus in die dagen deze naam reeds bekend was. 

STICHTING EN GROOTTE 

Wat het eerste betreft: deze is zo men kan nagaan, even zo duister als den Naams-Oorsprong. Dit alleen en ook niets znders zoude men dien aangaande kunnen vaststellen, dan dat de eerste bevolkers deezer Landstreek ook de eerste Stichters daar van zyn geweest, en dat de Oosprong der Naam, zo die thans is, aan den opbouw der Kerk moet toegekend worden.

Omtrent de Grootte luide de berichten als volgd:

Den bekende Schryver Plemper teld voor Koudekerk 1165 Morgen; van Leeuwen, het geapprobeerd Reglement voor Rhynland, en onzen correspondent, alle deze hebben ieder een grootte van 1140 Morgen, en een by ons berustend Oud Manuscript heeft 1163 Morgen en 32 Roeden, voor welke laatste aan Verponding werden betaald, een somma van 4615 Ponden, 15 Schellingen en 6 Deniers. In den Jaare 1732 wierd de grootte gesteld op 1154 Morgen en 266 Roeden Lands. In den Jaare 1632 telde men maan 106 Huizen; dan in 1732 was dit getal op 136 vermeerderd, onder welke de Steenplaatzen, Pannebakkeryen en Kalkovens meden gerekend waren: thans werden er 2 Kalkovens, 2 Steen en 3 Pannebakkeryen, nevens 1 Rozyn-Azyn-Makerye gevonden. Het getal der Inwoonders bedroeg in den Jaare 1795 en ook nog in den Jaare 1798, 8397 Zielen.

Voorts hebben de Huizinge op het Dorp, door dien het zelve aan den Rhyn legt, alle een schoon uitzigt over deze aangenaame Rivier en daaby liggende Landeryen. De geduurige Scheepvaart door dit water en de grootte Passagie van Rytuigen als anderzints, geeft aan dat de Ingezetenen telkens afwisselende toneelen van levendigheid, werkzaamheid en genoegen, het welk niet weinig vermeerder word, doo rdien men alle de Gebouwen, Buitenplaatsen en Wooningen in een goede en zindelyke order onderhouden, aantreft.

Zo dat men dus hier in allen opzichte een aangenaam en vervrolykend Buitenleven vinden kan. 

Het WAAPEN 

Dezer plaats werd verbeeld, door een Zilver Schild, waarop men een op zyn agterste pooten staande Leeuw ziet, doorsneeden met een zwarte Balk; voor deze Leeuw zyn 4 en agter dezelve 2 zwarte Blokjes afgebeeld. Zynde dit Wapen uit den Huize van Teylingen van Tol voortgesprooten. 

KERKELIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN 

Omtrent dit Artykel, hebben wy bericht ontvangen, dat er voorheen hier ter plaatze een Nonnenklooster agter de Kerk aanweezig is geweest, van het welke de Nonnen even als op Warmond door een bedekte gang zich na de Kerk begaven, dan van Rhyn en van Leeuwen zo wel als Goudhoeven hebben hier van egter niets gemeld.

Even zo is ons ook bericht, dat in vroeger tyd op het huis de Tol een Roomsche Kapel is geweest, het geen ons doet gelooven (hoewel daar geene oude aanteekeningen by ons van voorhanden zyn) dat alhier de oudste Heeren van Koudekerk hunne woonplaats hebben gehad, en waarschynlyk dit hun Kapel geweest is; dog ook hier van heeft van Rhyn zo min als andere Schryvers geen woord melding gemaakt.

Meer zeker is het dat Gerrit van Poelgeest in den Jaare 1442 een vrye vergunning ontving van Eugenius, Bisschop van Utrecht om een vrye Draag-Authaar te mogen hebben, en op hetzelve door zyne of eenig ander Priester voor zich en zyn Huigenooten overal aan alle eerlyke plaatsen de H. Misse te leezen, en andere diensten te doen - en (zegt van Rhyn) dat in den Jaare op het Slot Poelgeest, reeds een Priester of Kappelaan zich bevonden heeft, en dit genoemde Autaat dus aldaar zal zyn gebruikt.

Tot de beschryving der Parochie Kerk overgaande, zo kan men zeggen, dat dezelve van geen geringen Ouderdom moet zyn, howel het eigentlyke Jaar der Stichting, daarvan onbekend is. Evenwel zien wy dat, denzelve reeds in het Jaar 1305 bekend was, wyl in dit Jaar Vrouw Alveraat Weduwe van Dirk van Poelgeest, voor de Zaligheid van haare Man Ziele aan dezelve 's Jaarlyks 3 Ponden maake. De Heilige aan wie deze Kerk toegeweid wierd, was St. Nicolaas; dn volgens een Brief van den Jaare 1514, blykt het dat den H. Willibrordus mede in dezelve geëerd wierd. De aanstelling van den Pastoor geschiede door het Collegie der Lieve Vrouwe in den Haag, onder wiens Collegiaale Kerk, die van dit Dorp Hoorden.

Tusschen den Jaaren 1377 en 1505 vinden wy geheel geene Pastoors alhier gestaan hebbende genoemd. Ik het eerst gemelde jaar vinden wy dat overleed eenen Jan Dirksz. van Poelgeest Pastoor van de Parochie Kerk van Koudekerk en eerst in het laast gemelde jaar vinden wy als Pastoor aangetekend Gerrit Johanszoon. Zo dat hier uit blykt dat alle de tusschen deeze jaaren alhier gestaan hebbende Pastoors vergeeten zyn aangetekend te worden.

Behalve het Hoofd-Authaar wierd mede in deze Kerk nog een Authaar gevonden van het H. Kruis; gelyk ook een van de H. Laurentius, aan wien ook eenige giften en Maakingen waaren gedaan, die door de Utrechtsche Bisschoppen altoos wierden bevestigd. Voorts was deen Kerk van zeer veele en aanzienlyke Giften, zo voor Euwigduurende Jaargetyde als andere Zaaken voorzien, zo dat dezelve in dit opzicht geen van de minst bedeelden Kerken moet zyn geweest.

Was de voorzorg om deeze Kerk ryk en aanzienlyk te doen zyn, groot geweest: niet minder was dezelve ook geweest, om dit Gebouw in zyne uiterlyke gedaante te vergrooten; want volgens aanteekeningn te vinden in den Tegenwoordige Staat van Holland, en by andere Schryvers; moet hetzelve in den beginne slechts een klein vierkant Gebouw zyn geweest, waar aan een Tooren gevoegd was met een hooge Spits en nog vier kleindere op de hoeke des Toorens; met welke laatste aangetoond wierd dat nog andere Kerken aan deze onderhoorig waaren; Dan van dien grootsten Tooren is egter door het vervolgd der tyden niets overgebleeven, na welk verval de eerste verbetering al spoedig volgden, en wel door dit tusschen komend voorval:

"Aleyd van Poelgeest Dochter van Jan van Poelgeest die Klein Poelgeest in Eigendom bezat: was een Hof Dame van Hertog Jan van Beyeren: van deeze zeide men dat zy in zeer naauwe Liefdes-betrekking met den Hertog leefde, terwyl hy Weduwnaar was, en dat zy daar door een zeer groot gezag aan het Hof voerde. Den Hertog hertrouwde egter niet lange daarna met Margaretha van Kleef, waar door deze eerste betrekkingen met eerstgemelde Dame merkelyk minder wierden.

Deze had zich door haar te vooren gevoerd gezag intusschen zeer veele vyanden op den hals gehaald, die nu op hunne beurt meende hunne slag te moeten waarneemen en eer het mogt gebeuren dat haaar ouden Liefde met den Hertog weder begon te herleeven, haar van kant te helpen, het welk  binnen zeer korten tyd dan ook wierd ten uitvoer gebragt, het gebeurde naamlyk, dat zy io een avond op het Plein van het Hof in den Haag wandelende eensklaps aangevallen en vermoord wierd. Willem Keyzer van Oostenryk, Hofmeester van den Hertog wilde haar ontzetten, dog wierd mede omgebragt. Deze moord woerd door den Hertog ten uitersten verfoeid en zeer hoog opgenoomen, zo zelfs dat niet minder dan 54 Persoonen, die men wist dat deel daar aan hadden, gecondemneert wierden Lyf en Goed verbeurt te hebben.

Daarna egter wierden zommige hunner wederom vrygesteld, onder deze voorwaarde dat zy aan de Kerk van Koudekerk een Kapel ten hunne kosten zoude doen aanbouwen, waaraan zy dan ook voldeeden, zo dan men met recht kan zeggen dat door deze Moord, de Kerk voor het eerst vergroot geworden is. Voorts wierd er nog in den Jaare 1453 een Choor aan dezelve gesticht, tot welke Inweiding den Bisschop van Heriopolis door den Bisschop van Utrecht gemagtigd wierd; krygende wyders verlof om aan een iegelyk die door eenig gifte tot den opbouw van dit Choor iets toegebragt of voorgeschooten had: 40 dagen aflaat te geven. En hier mede hebben wy alles gezegd, wat er van de voorige oude Kerk kan gemeld worden.

Het tegenwoordige Kerkgebouw is Kruisgewyze gebouwd, dragende alle tekenen van Oudheid, die nog meer te zien zouden zyn, waare het niet dat de geduurige reparaties en dat geen het welk men ter opviering van deszelfd uiterlyke gedaante daar aan toegebragt had. dezelve voor het oog meer of min verborg. - Deszelfs Ingang bestaat in een fraai Voorportaal Coupels gewyze gebouwd. De binnen ruimten vind men in tweëen afgedeeld, welke eene deel tot de oeffening van den Godsdienst werd gebruikt, en ten dien einde van een Predikstoel, Doophek, een verheeven Gestoelten voor de Vrouw der Plaats, nevens ander en mindere Gestoeltens en Zitplaatsen is voorzien; en welks andere deel tot een Choor gebruikt werd, in het welk men een schoone Consistorie, een Kerkenraads Kamer, nevens een aparte Kapel vind met een nieuwe Grafkelder daarin, toebehorende aan de Vrouwe deze Plaats.

Voor  den Jaare 1795 wierden in deze Kerk mede Verscheiden Wapenborden van de Familie dezer Vrouwe gevonden, die alle 't zedert dien tyd in dezen Kapel zyn gebragt en aldaar opgehangen zyn. De overige cieraaden dezer Kerk bestaan in kopere Kaarskroonen, en twee fraai beschilderde Kerkborden, van welke het eene ons de Artikelen des Geloofs, en het andere ons eenige Godsdienstige Dichtregelen voorsteld; voorts heeft men ter bediening van het H. Avondmaal, Zilveren Kannen, Schotels en Bekers in gebruik, en daar het enen gewoonten by deze Gemeenten is, om by het plaats hebben dezer plechtigheid, byzondere Giften aan den Armen te doen, zo werden ter ontvangste daar van afzonderlyke Buschen gebruikt, die mede van massief Zilver vervaardigd zyn.

De Toorn heeft niets van zyne oude gedaanten behouden gaande thans van onderen af tot boven de Klokke Zolder vierkant op, van waar wederom een nette vierkanten Spits opryst; binnen heeft dezelve een goed Uurwerk en Klok, en buiten Uur en Windwyzers.

Op het Kerkdak, werd ook nog een klein Spitsje of Kapeltoorentje gevonden, het welk men wil dat nog eenige betrekking zoude hebben, op den gepleegd Moord aan Aleyd van Poelgeest. Het Kerkhof is een zeer ruim Plein aan de kant des wegs door een muur met een Yzere Hek voorzien afgescheiden. De wooning van den Predicant staat naby de Kerk, is een schoon gebouw met een Thuin en fraaye Coupel die een heerlyk uitzicht over den Rhyn heeft.

Het Dorps Schoolhuis het welk ook voor een Koststchool is geschikt, is tevens een in allen opzichte goed gebouw, en bevat bovendien een goede wooning voor den Schoolhouder, tot welke 't zedert den Jaare 1782 benoemd is den Burger Johannis Marie: werdende er voorts ook hier nog eenige kleine Schoolen voor eerst beginnende gevonden.

Een Gereformeerd Weeshuis is hier wel, dog geene Roomsche Kerk, moetende de Roomschgezinde dezer Plaats, die zich ter Kerk begeven willen, zich ten dien einde naar de Kerk te Hazerswoude aan den Hoogen-Rhyndyk begeven. 

WAERELDLIJKE GEBOUWEN 

Daar onder brengen wy het Oude Adelyke Slot Poelgeest het welk door Diderik van Poelgeest van Koudekerk in den Jaare 1331 gesticht wierd, en na zyn Geslacht-naam deedt noemen, en het welk uit hoofde dat het zig door zyne Toorens op een zekere afstand even als een Hoorn vertoond, ook wel eens het Huis ten Hoorn werd genoemd.

Dit Slot moet voor zeker in vroeger dagen een trotsch Gebouw zyn geweest. Het wierd in den Jaare 1420 onder de Regeering van Hertog Jan van Beyeren ingenoomen en verwoest; daarna wederom hersteld en opgebouwd, toen in 1489 onder Philips van Oostenrijk andermaal ingenoomen en verwoest, daar op wederom op nieuw verbeterd, vervolgens in 1605 geheel en al prachtig herbouwd en vergroot, dog welke pracht en aanzien egter daarna wederom tot die trap van vermindering gevallen is, dat daarvan thans niets meer dan eenige oude overblyfzels te zien zyn, dewelke ten dezen dagen nog voor een Crimineele Gevangenis gebruikt werden, en als zodanig onder de naam van de Tooorentjes bekend is. Behalve deze Gevangen-plaats, werd in dit Slot meede nog een Verhoor Kamer voor Crimineele Gevangenen gevonden; werdende dit Slot nevens deszelfs aanhooren, zo wel als het Leenhof of de Leenkamer daaraan verknocht door de Vrouw der plaats in wettig  eigendom bezeeten.

Klein Poelgeest was almede een Oud Adelyke Bezitting aan welke tot op deze tyd meede nog een Leenkamer behoord; en dat eeven als het Slot een eigendom is van den Geslachte van Poelgeest. Doch dit geslacht is egter nog ouder dan het geen waarvan wy booven spraken, want men vind dat hetzelve reeds in den Jaare 1350 door eenen Gerrit van Poelgeest in eigendom wierd bezeeten. Thans is hetzelve zodanig vervallen, dat er niets meer dan een onbewoonbaar Huis van overgebleeven is.

Het Huis de Tol heeft mede een Leenkamer, en is ook van een Oude Adelyke Stichting, na welke het Geslacht van van Tol den Naam ontleend heeft, men verhaald van dit gebouw, dat daar in vroeger tyd volgens zeggen hier den Rhyn langs gestroomd heeft, hetzelve tot een Tol Huis zouden hebben gediend, aan het welke de aldaar voorby passeerende Scheepen zouden hebben moeten vertollen. De eerste Bezitter komt ons daar van voor in den Jaare 1250, zynde Floris van Teylingen.

Het Rechthuis is niets meer dan een Ordinairen Herberg en de Dorpswaag een particulier Gebouw. Voorheen wierd hier ook een Vermaard verbeterhuis gevonden. 

De KERKELIJKE REGEERING 

Van deze plaats bestaat uit den Predicant, 3 Ouderlingen en 2 Diaconen, zynde de Predicant 't zedert den Jaare 1795 alhier beroepen geweest. Den Eerwaarden Heer Simon Eland, behoorende onder de Classis van Leyden en Neder-Rhynland.

Voorheen was het Kerk-Bestuur gedemandeerd, aan den Schout en Secretaris met nog 2 Leeden der Gemeente: dan na dat de Kerk van den Staat gescheiden is, zo werd zulks door 3 Leeden van het Gereformeerd Kerk Genootschap des Plaats, volgens een expres daar toe gemaakt Reglement waargenoomen.

het belang van het Weeshuis wordt Bestuurt door den Predicant met den Kerkenraad als Regenten en de Vrouwe van den Predicant nevens die der Diaconen als Regentissen. 

Omtrent de WAERELDLIJKE REGEERING 

Doet zig een ruim Veld voor ons op: hangende deze zeer veel af van de Geschiedenissen van deze Heerlykheid. Het komt ons voor, dat de eerste Heeren van Koudekerk die van Teylingen zyn geweest. Voorens zagen wy reeds dat Floris van Teylingen in den Jaare 1250 de Goederen van den Tol bezat; deze nam den naam van Tol aan en trouwde met een Dochter van Gerrit van Poelgeest, die daarop voor hem en zyn Nakomelingen, zo wel zyn Naam als het Wapen veranderd heeft, en welk aldus veranderd Wapen thans nog byna hetzelfde is als dat van Koudekerk, als alleen maar in couleuren verschillende. De Broeder van deeze Vrouwe die reeds een hoogen ouderdom had, is de oudste die ons voorkomt als bezitter dezer Heerlykheid, hebbende dezelve deze naar uitwyzing van het Wapen of een van van Teylingen of van Tol in den Jaare 1331 gekogt. Deze deed zo dra hy eigenaar was, het Slot van Poelgeest stichten, waar omtrent wy de volgende redenen nog vinden bygebragt. Zyn Zusters Zoon die bezat de Goederen van den Tol en zyn Broeder Gerrit die van Poelgeest, dan om hun nu te dwingen en zyn Recht te doen gelden, liet Diderik het Slot bouwen om hetzelve uit een zekeren tyd op zyn Broeder, Poelgeest noemen, en om nu boven dit al nog te toonen, dat van Tol zyn Recht van Tolhefing kwyt was, verpligte en dwong hy alle Scheepen en Jachten voorby zyn Slot zeilende haar Zylen te stryken, en zy die Kanon voerde hetzelve te lossen, en de Posten te doen blaasen. Hy stierf zeer hoog van Jaaren in 1344 waarna de Heerlykheid Koudekerk nog geduurende den tyd van 382 Jaaren aan dit geslacht gebleeven is; wanneer hetzelve door den dood van Gerrit van Poelgeest de 15de van dien Naam eindelyk uitgestorven is. Deze die de laatste in leven zynde van de Mannelyke zyde was, overleed tot 's-Hertogenbosch in den Jaare 1713, alwaar hy by zyne ter Aarde bestelling, het Wapen van Poelgeest (zynde een Blaauw Schild met een gouden Balk, waar boven 2 en onder 1 Zilveren Leeuwerk met uitgespreide Vleugels geplaats waren) met hem in het Graf gelegd wierd.

Tot den Jaare 1600 wierd de Hooge Jurisdictie bekleed door Balluw en Welgebooren Mannen van Rhynland, doch in dien tyd eenige questie tusschen den Heer en den Balluw gekomen zynde, zo wierd dezelve als een onversterfelyk Erfleen van Holland aan den Heer opgedraagen.

Toen de Vader van den laatsten Heer Gerrit van Poelgeest de 14de van dien naam, in 1691 overleed, gebeurde het dat alle de Goederen door zyne Schuldeischers aangeslaagen wierden, hieruit ontstond een zeer hevig Proces, omtrent dat geen wat door den dood van den laatsten Heer nog niet was uitgeweezen, en door de Goederen van Poelgeest met de Hooge Heerlykheid, op den 8sten January 1692 eerst gekogt en daarna nog eerst betaald waren geworden door Vrouwe Maria van Kommersteyn, zo scheen dit Proces niet ligt een einde te zullen krygen; en alzo met den dood van den laatste heer in 1713, de Ambachts Heerlykheid  een kwaad Leen zynde aan geen Vrouw mogt overgedraagen worden: zo wierd dezelve op den 8sten February 1714, door de toenmalige Staaten van Holland als Leenheren in beslag genomen, terwyl aan Vrouwe Maria van Kommersteyn, haare in 1692 gekogte Goederen, by vonnis van den Hooge-Raad op den 22 December 1713 wierd toegeweezen, werden dezy daarmede verleid op den 28ste Maart 1714, waarna de Staaten van Holland voornoemd goedvonde om de Ambachts-Heerlykheid aan de Bezitteressen van de Hooge-Heerlykheid over te laaten, en aan haar voor een onsterfelyk Leen te verklaaren, het geen dan ook geschiede op den 13 December 1714 onder eene bepaalde egter dat er zy ingevolge genoemde Resolutie van de Staaten voornoemd, in dato 22 Maart 1715 daar voor uitkeerden een zomma van een duizend Zilveren Ducatons.

Deze Vrouw korten tyd daarna overlydende, zo ontstonden er wederom nieuwe oneenigheden en Proces, tusschen de Kinderen van haar Zoon en Dochter over de Goederen van Poelgeest, het welk eerst in 1737, wierd bygelegd, dog in welke tyd van 45 Jaaren dat dit Pleidooi duurde, het slot an Poelgeest gantschelyk verarmden en vervallen is geraakt, waarna hetzelve toen nog aan andere Eigenaars geraakt is, zo dat dien ten gevolge deze Hooge-Vrye-Heerlykheid thans in Eigendom bezeten word door Adrainan Catharina Vosmaer, Huisvrouw van Reynier Zwigholt. Voorts werd thans het Crimineele Collegie voor Koudekerk te zamen gesteld uit den Balluw, zynde den Burger Jacop Spoors, hebbende als Substituut den Burger Jan van der Snoek, verder uit zeven welgebooren Mannen, nevens een Secretaris.

Met het Water en Heemrecht staat Koudekerk onder Heemraaden van Rhynland, aldaar beschreeven zynde by het eerste quartier Hoofdplaats Leyderdorp.

De Municipaliteit en het Collegie van civiele Justitie bestaat uit den Schout en Secretaris nevens 5 Leden zynde thans Schout en Secretaris den Burger van der Snoek,

Het bestuur der Leenkamers van de beide Poelgeesten en den Huize van de Tol werd verricht door een Stadhouder, Griffier en Leenmannen, hebbende voorts een iegelyk Collegie haar nodige bediendens. 

Tot het Artykel VOORRECHTEN 

Kunnen wy geen anderen brengen dan die gewoonlyk aan Ambachts-Heerlykheden verkocht zyn. 

BEZIGHEEDEN 

Die voor de Ingezeetenen een Daaglyks bestaan kunnen opleveren zyn hier veele; behalve de Landbouw en de Boerderyen werden hier 2 Kalk-Ovens, 2 Steen-Ovens, 3 Panne-Bakkeryen en 1 Rozyn-Azyn-Makery gevonden, welken laatste nog onlangs eerst geheel nieuw aangeleegen is. Voorts vind men Smits, Timmerlieden, Metzelaars, Slagers, Grossiers en Bakkers, een Verwer, Chirurgyn, Wagenmaaker, Scheepmakers, Leertouwers, Schoenmaakers, Klederenmaakers en verscheide Kruideniers-Winkels, zynde er verders verscheiden Buitenplaatsen die mede alle het hunne toebrengen tot de florizantie des Dorps. 

GESCHIEDENISSEN 

Hiervan zeggen wy alleen dat in den Jaare 1420 het Slot van Poelgeest onder Hertog Jan van Beyeren Ingenoomen en daarna verwoest wierd, en dat ruim twee en een halve Eeuw laater naamlyk in 1675 of omtrent dien tyd het Huis de Tol afgebrand is; kunnende men wyders dezen aangaande in ons Artykel Waereldlyke Regeering breeder nazien. 

Onder de BIJZONDERHEEDEN 

Rekenen wy met recht, het aangenaame Dorp zelve, nevens de fraaye Kerk: voorts ook de volgende Buitenplaatzen als: Meerwyk, behoorende aan den Burger van der Meer, Het Slot Paanderen, toebehoorende aan den Burger A. van Meurs, Rhyn-Vermaak aan H. Polman, Lust-Rust aan M. van Arp, Vryheid Blyheid aan J. van Bunschooten, Withorst aan H. van der Mark, Rhynleeven aan M. Spoors, Vreede-Lust aan Heldewier en nog meer anderen; die alle angenaam en verrukkend geleegen zyn.

Zynde dit getal uit hoofde dat er zedert eenige Jaaren nog verscheide Plaizier Plaatsen weggebrooken zyn, aanmerkelyk vermindert. 

REISGELEGENDHEEDEN 

Zyn hier by Nacht en Dag, doordien hier verscheiden Schuiten van en na onderscheidene Steeden en Dorpen passeeren; voords vaard er alle dag een schuit van hier op Leyden en terug, alle Zondagen een Schuit op Amsteldam, en om de 14 dagen des Zondags een op Rotterdam, verders kan men alle Nachten Brieven verzonden krygen door dien de Post altoos te middernacht door het Dorp passeert. 

HERBERG EN LOGEMENT 

Is hier geen ander opgegeeven dat het Rechthuis.

 

 

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoek direct in:

Selecteer wat u zoekt:

Of zoek in:


Plaats

Dorpsbeschrijvingen

Terug naar

Dorpsbeschrijvingen

Park Rijnstroom en Martha-StichtingNederlands-Indië monument AlphenKoudekerk in de negentiende eeuwOudshoorn aan het einde van de achttiende eeuw