Algemene begraafplaats Aarlanderveen (1873-1995)

Algemene begraafplaats Aarlanderveen (1873-1995)

De Algemene begraafplaats aan het Zuideinde in Aarlanderveen staat sinds 1995 op de gemeentelijke monumentenlijst. De begraafplaats werd in 1873 in gebruik genomen en is sindsdien in vrijwel ongewijzigde staat gebleven.

De kerk en het daar omheen liggende kerkhof waren vanouds de plaats waar de doden hun laatste rustplaats vonden. In 1795 werd door de Staten-Generaal het begraven in de kerken verboden, echter zonder veel resultaat want het begraven in de kerken ging gewoon door. In 1811 werd daarom nogmaals een verbod uitgevaardigd. In 1813 werd het verbod echter tijdelijk ingetrokken. Uiteindelijk volgde in 1825 een Koninklijk Besluit dat het begraven in kerkgebouwen verbood. Met ingang van 1 januari 1829 werd het besluit definitief van kracht. Ook in Aarlanderveen werd vanaf dat moment niet meer in het kerkgebouw begraven. Omdat de rooms-katholieken sinds 1822 een eigen begraafplaats in het Noordeinde hadden, werden rond de hervormde kerk alleen de niet-katholieken begraven. Het gemeentebestuur ging de begraafplaats exploiteren. Het kerkhof telde 133 graven.
Waarschijnlijk naar aanleiding van de nieuwe Wet op de Lijkbezorging van 1869 werd de begraafplaats in mei 1870 door een Commissie van Gedeputeerde Staten met de Hoofdingenieur van Waterstaat geïnspecteerd. Hun oordeel was dat de begraafplaats door de ligging in de onmiddellijke nabijheid van woningen schadelijk was voor de volksgezondheid. De begraafplaats moest vóór 1 januari 1872 worden gesloten en het gemeentebestuur moest een nieuwe begraafplaats aanleggen. Na enig uitstel, de aanleg van een nieuwe begraafplaats was duurder dan verwacht, kocht het gemeentebestuur in 1871 van Antje Treur, de weduwe van Dirk van Leeuwen, een perceel grond in het Zuideinde aan waarop een oude woning stond. Er werden plannen gemaakt voor de aanleg van de nieuwe dodenakker. De woning werd afgebroken en het terrein werd opgehoogd met zand. Op de begraafplaats werden 272 graven gepland, verdeeld in vijf rangen. Links en rechts van de ingang, die over een brug bereikbaar was, werden een baar- en lijkhuisje gebouwd. Direct over de brug werd een hek geplaatst, geleverd door L.J. Enthoven en Co. te Den Haag en de Alphense smid Velthuijsen. Het hek werd voorzien van symbolen van de dood en de voortschrijdende tijd. De begraafplaats werd aangelegd in classicistische stijl die gekenmerkt wordt door symmetrie. De timmerman Jacob Spreij uit Koudekerk nam het werk aan voor 7.673 gulden. Na de oplevering bleek dat op de begraafplaats enorme verzakkingen plaatsvonden. De druk van het op de veenlaag aangebracht zand was zo groot dat het hele pakket als het ware door de veenlaag heenzakte. Uiteindelijk besloot de gemeenteraad de begraafplaats toch in januari 1873 in gebruik te nemen. De verzakkingen waren toen nagenoeg voorbij. Voor de zekerheid zou men echter vooralsnog slechts één diep begraven. De oud-metselaar Hendrik Heemskerk, overleden op 26 januari 1873, werd als eerste op de nieuwe begraafplaats ter aarde besteld. De begraafplaats staat sinds 1995 op de gemeentelijke monumentenlijst van Alphen aan den Rijn.

Bronnen en literatuur:

  • SARM; Gemeentearchief Aarlanderveen, voorl.inv.nrs. 988, 993, 994, 1000, 1002.
  • P.C. Beunder en A.J.J. van 't Riet, Omzien naar Aarlanderveen (Nieuwkoop 1992) 89-92.
  • (E.J.M. van Riel), 'De begraafplaats aan het Zuideinde te Aarlanderveen', in: De Viersprong 52 (1997) 87-89.


Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoek direct in:

Selecteer wat u zoekt:

Of zoek in:


Plaats

Graven en gedenktekens

Terug naar

Graven en gedenktekens

Gereformeerde kerk AarlanderveenHet witte huis KoudekerkPark Rijnstroom en Martha-StichtingHazerswoude in de negentiende eeuw