Ivoorzwartfabriek Alphen

De ivoorzwartfabriek te Alphen

In de 19e eeuw, een eeuw van opkomende industrialisatie, ontstonden er enkele ivoorzwart- of beenzwartfabrieken in Nederland. De fabrieken produceerden op grote schaal dierlijke koolstof, maar zorgden tevens voor veel overlast. In Alphen was een ivoorzwartfabriek gevestigd in de wijk Hoorn. Het was de enige fabriek die beenzwart of ivoorzwart produceerde in de regio en heeft vijfendertig jaar bestaan. In 1854 was het één van vier ivoorzwart- of beenzwartfabrieken in Nederland.

Ivoorzwart of beenzwart

Beenzwart of ivoorzwart werd onder andere gebruikt als verfstof. In de 19e eeuw werd het tevens gebruikt in de industrie voor het ontkleuren en zuiveren van suiker. Een andere toepassing is het gebruik als meststof. De zwarte koolstof werd gemaakt door het 'gloeien' van de botten. Dat wil zeggen het carboniseren of verkolen van de botten, zodat deze zwart worden. Dit werd meestal gedaan op een lage temperatuur in retorten, ijzeren vaten die luchtdicht afgesloten werden. Hierna moesten de zwart geworden beenderen vermalen en gezeefd worden.

Strikt genomen werd ivoorzwart gemaakt van het afval van ivoordraaiers en beenzwart van de beenderen van dieren. Ivoorzwart was beter van kwaliteit en een andere benaming was Kasselsch, Keulsch of fluweelzwart. Beenzwart werd echter vaak als ivoorzwart aangeboden en de term ivoorzwart werd in de loop der tijd waarschijnlijk gebruikt om de kwaliteit aan te duiden en niet meer de grondstof waarvan het gemaakt werd. De fabriek in Alphen wordt zowel ivoorzwartfabriek als beenzwartfabriek genoemd en soms zelfs ivoorbeenzwartfabriek. Er werden echter alleen beenderen verkoold.

De fabriek in Alphen werd in 1836 opgericht door Nicolaas Hoffer de Kanter en zijn broer Pieter Johannes de Kanter, zonen van Pieter de Kanter en Johanna Hoffer. De fabriek werd kort daarna gepacht door de schoonzoon van Nicolaas, Gerhardus Hendrikus Coninck Jongkindt. Na het faillissement van Gerhardus werd de ivoorzwartfabriek geveild. De fabriek was na het overlijden van Nicolaas Hoffer de Kanter in handen van zijn erfgenamen en zijn broer Pieter Johannes de Kanter. Pieter Johannes kocht uiteindelijk de fabriek en na zijn overlijden kocht zijn schoonzoon Gerrit Lodewijk Piek op zijn beurt de ivoorzwartfabriek. Toen Jacob Elst het perceel van de fabriek aankocht, was de fabriek waarschijnlijk reeds afgebroken. Hij kocht het perceel onder strikte voorwaarde er nooit een beenzwartfabriek, lijm- of steenfabriek te bouwen. De concurrentie voor een eventuel nieuw te bouwen ivoorzwartfabriek was hierbij al uitgeschakeld. De ivoorzwartfabriek zou echter na de sloop in 1871 nooit meer herbouwd worden.

Een ivoorzwartfabriek was niet zonder gevaar. Naast persoonlijke ongevallen was de kans op brand groot. In 1853 had een brand plaats gevonden in de fabriek in Alphen. Ivoorzwartfabrieken veroorzaakten bovendien veel overlast. Rottingslucht en de geur van verbranding waren waarschijnlijk in de wijde omgeving te ruiken. Klachten over het overlast van de ivoorzwartfabriek in Alphen werden echter afgedaan als 'overdreven' door de inspecteur geneeskundig toezicht. Om de overlast enigszins te beperken werden er enkele bepalingen opgesteld dat de fabriek alleen 's nachts mocht branden en dat het vuur onder de retorten niet voor 4 uur 's middags aangebracht mocht worden.

Bron:

Rijkelijkhuizen, M., 2011, Ivoorzwartfabriek in Alphen. De Viersprong 107, 43-46.



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoek direct in:

Selecteer wat u zoekt:

Of zoek in:


Plaats

Handel en nijverheid

Terug naar

Handel en nijverheid

Alphen in de negentiende eeuwAdventskerk AlphenMolenviergang AarlanderveenSpoorlijn Alphen aan den Rijn-Gouda