Rekeninghoofd van Wed. C. Rok & Zoon

Vruchtensapfabrieken Alphen aan den Rijn

Bijna honderdvijftig jaar zijn de vruchtensapfabrieken te Alphen en Aarlanderveen een bekend fenomeen geweest. Er waren wel zestien van deze "bessenknijperijen", zoals de lokale bescheiden aanduiding was. De oorsprong van deze bedrijfstak lag volgens de overlevering  in de aanwezigheid van Franse soldaten aan het begin van de 19e eeuw. Een ingekwartierde officier zou het geheim van het conserveren van vruchtensappen aan zijn hospita hebben verteld.

Deze hospita was Aaltje Rok-Ruijs en aan haar zou hij dit geheim prijsgegeven hebben. Aaltje Rok-Ruijs was getrouwd met Cornelis Rok junior. Zij hadden de kruidenierswinkel 'Wed. C. Rok & Zoon' overgenomen. De winkel was genoemd naar zijn moeder die de winkel had voortgezet na de dood van haar man. In 1810 begonnen Cornelis en Aaltje met de productie van bessensap. Na faillissement in 1857 werd het bedrijf overgenomen door Jan de Jong en vervolgens in 1859 door J. de Pijper.

Het bedrijf 'Wed. C. Rok & Zoon' was aanvankelijk gevestigd in de Rijnbuurt van Aarlanderveen-Lage Zijde, maar verhuisde in 1877 naar de Wilhelminalaan naast het Kanaal achter Alphen en vandaar in 1898 naar de overzijde van het Kanaal aan de Julianastraat. Allereerst richtte men zich op de productie van vruchtensappen, later werd ook jam geproduceerd. In 1957 hield deze oudste en tevens laatste vruchtensapfabriek van Alphen aan den Rijn op te bestaan.

Een tweede bedrijf dat zich bezig hield met de productie van vruchtensap was de vruchtensapfabriek ''t Westland' van Varossieau. Dit bedrijf was ook gevestigd op de hoek van het Kanaal, maar dan aan de zuidelijke uitmonding, bij de Hofbrug. In 1925 viel het doek voor deze fabriek die achtenzeventig jaar bestaan had. Wel vestigde W. Varossieau een vruchtensapfabriek in de Oranjestraat, maar dat was van korte duur. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde zich de bottelarij van Coca Cola in de gebouwen van 't Westland. 

Een derde vruchtensapfabriek was 'Rijnoever' van de zwagers Stokhuijzen en Van Gulden. Dit bedrijf was gevestigd aan de Wilhelminalaan ten noorden van het kantongerecht. Deze fabriek begon in 1882 met de productie en bleef zevenenvijftig jaar bestaan. Andere bedrijfjes als die van Hogervorst, Huijssen, Van Rijn en Sax, Van der Bijl, Kats, Van Beusichem, Graswinckel, Van Rijsdam  hadden slechts een kortstondig bestaan.

De vruchten voor de Alphense fabrieken waren waarschijnlijk afkomstig van de bomen- en plantenkwekerijen te Boskoop en Aalsmeer. Aardbeien werden hier als bijproduct geteeld in de ondergrond. Ook  werden de vruchten uit de kassen vanuit het Westland ingevoerd per schuit. Vruchten van verder vervoerde men per trein naar Alphen en vanaf het station per paard en wagen naar de fabriek.

Auteur: H.J. Habermehl

 

Literatuur: 

  • C.M.H. Bosch, 'Over Alphense Vruchtensap- en Jamfabrieken' In: De Viersprong 60 (1999).

 

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoek direct in:

Selecteer wat u zoekt:

Of zoek in:


Plaats

Handel en nijverheid

Terug naar

Handel en nijverheid

Hazerswoude in de negentiende eeuwHuis Tol KoudekerkKorenmolen Het FortuinDe bevrijding van Alphen aan den Rijn (mei 1945)