altelaat

Schans Altelaat

De aanleg van de schans Altelaat is een gevolg van de Franse inval in Holland in de winter van 1672, het bekende Rampjaar. Na het uitbreken van de oorlog werd in de zomer van 1672 de Hollandse waterlinie in gebruik genomen. Land werd onder water gezet en er werden een aantal schansen aangelegd, onder andere bij Nieuwerbrug, bij het riviertje de Wiericke en bij Gouwsluis.

Gedurende die zomer konden de Franse troepen door het water en de aanwezige schansen niet doorbreken. De schansen werden niet alleen door militairen bezet, maar ook gerekruteerde burgers maakten deel uit van de verdedigers. Zo kreeg een burger Jan Alensoon als beloning voor zijn aandeel in de verdediging van Gouwsluis in 1674 een gouden penning uitgereikt.

Anders werd dat toen de winter inviel. De Franse troepen maakten gebruik van de bevroren waterlinie en probeerden door te stoten naar Leiden om op die manier uiteindelijk in Den Haag te komen. Door het invallen van de dooi en de tegenstand bij Gouwsluis moesten de Franse troepen uiteindelijk terugtrekken.

Het is een tocht waarover al veel geschreven is, vroeger en recent. De tocht sprak tot de verbeelding vanwege de gruwelijke moordpartijen door de Fransen en door het feit dat de dorpen Bodegraven en Zwammerdam in brand werden gestoken en een groot aantal boerderijen aan de lage zijde onder Aarlanderveen. Ook de Aarlanderveense Zuideindermolen (op de plek van de huidige dikke molen) viel ten prooi aan de vlammen. Ook door een serie uitgegeven prenten, waarin de gruwelijkheden werden getoond, werd de herinnering levend gehouden.

In december 1672 moesten de Fransen terugtrekken, maar bij de aanvang van 1673 hield men rekening met hernieuwde aanvallen van de Franse legers. Ter gelegenheid daarvan is waarschijnlijk op een strategisch punt aan de Ziende een schans aangelegd op een perceel land met een oppervlakte van 75 vierkante roeden (ongeveer 1064 vierkante meter).

In de protocollen van overdracht van het ambacht Aarlanderveen wordt het perceeltje land voor de eerste keer vermeld in 1726. Het is dan eigendom van de polder en wordt verkocht aan Dominicus Post, de Zwammerdamse 'medisch doctor'. Het stukje land wordt dan aangeduid als 'de Schans'. Deze vermelding 'de Schans'  vindt voor het laatst plaats in 1768. Vier keer wordt in de protocollen de naam van de schans genoemd: 'Altelaat'. De naam verwijst naar het gegeven dat de schans eenvoudigweg te laat werd aangelegd om dienst te kunnen doen in december 1672. De schans is daarna ook niet meer nodig geweest en de herinnering aan de exacte locatie van de schans vervaagde.

Door het archiefonderzoek van streekarchivaris Arjan van 't Riet is de locatie nu weer bekend. De schans heeft gelegen op de hoek van de Ziende,  op het grondgebied van Aarlanderveen. De oudste kadasterkaart laat bovendien nog de bijzondere vorm van het perceeltje zien. In 2015 is een informatiepaneel en aanlegsteiger aangelegd op initiatief van de Stichting Groene Hart.

Terug naar

Militaire geschiedenis

Aarlanderveen in de negentiende eeuwHazerswoude aan het einde van de achttiende eeuwVoormalig raadhuis Alphen aan den RijnAlphen aan het einde van de achttiende eeuw